Toen mijn ouders me in 2001 vertelden dat ik donorkind ben (of KID-kind, zoals zij het toen noemden), werd er meteen bijgezegd dat ik niet moest gaan zoeken. Geheimhouding was immers de norm in de jaren ’70 en een zoektocht zou vruchteloos blijven. In eerste instantie heb ik dan ook niets gedaan om de donor (mijn biologische vader) te vinden.

In 2011 kwamen Emi Stikkelman en Maartje Meeuwissen in het nieuws. Ik denk dat mijn vader me erop attendeerde dat er een stuk in de Volkskrant stond over twee donorkinderen in verschillende gezinnen, die halfzusjes bleken te zijn. Dat was definitief vastgesteld met DNA onderzoek. Toen zij in het nieuws kwamen werd mij ineens een hele nieuwe mogelijkheid gepresenteerd: ik heb vast ook halfzussen en halfbroers!

Ongeveer op dat moment kwam ik ook in aanraking met de DNA databank van Fiom. Fiom matcht donorkinderen met donoren, maar ook onderling. Mijn lieve vriendin Masja ging met me mee naar Nieuwegein om bloed af te laten nemen en toen kon het wachten beginnen. Spannend!

Nou ja, het wachten op een match bij Fiom duurt tot vandaag. En ik begin een beetje ongeduldig te worden. Nu zijn er in de Verenigde Staten een aantal grote bedrijven die DNA databanken exploiteren. Je kunt er voor ongeveer 100 dollar een profiel laten maken, dat gaat in hun databank en dan kun je vervolgens zien aan wie je allemaal verwant bent. Ik heb inmiddels een profiel bij 23andme en Family Tree DNA heeft net mijn DNA sample (en dat van mijn moeder) ontvangen. Bij 23andme heb ik een match die veel DNA met me deelt. De dame in kwestie heeft echter een achternaam die een Amerikaanse verbastering is van die van mijn moeder. En ik zoek natuurlijk familie van vader’s kant!

Er zijn prachtige verhalen van geadopteerde en ‘donor conceived’ children die met behulp van deze commerciële databanken familie hebben gevonden. Door deze databanken heb ik tot mijn dood kans op halfbroers en halfzussen! Ik kan niet wachten!

Laat een reactie achter

Contact

Contact

%d bloggers liken dit: