Zolang ik me kan herinneren weet ik dat mijn ouders moeite hebben gehad om mij te krijgen. Als kind al wist ik: ik ben (‘dus’) heel bijzonder.

Toen ik vervolgens op mijn achtentwintigste vernam dat ik van een donor was, was er ook de logische gevolgtrekking dat die donor, mijn vader, een buitengewoon fijn, knap en intelligent mens moest zijn. Opgeteld bij het feit dat de dokter een biovader voor mij zou uitzoeken die zowel qua uiterlijk (kleur haar, ogen) als innerlijk (intelligentie) op mijn ‘sociale’ vader zou lijken, was mijn donor superslim. En dus een of ander briljant student ofzo. Geen geneeskunde, want ik hou niet echt (of echt niet) van bloed. Maar desalniettemin, een briljant en aantrekkelijk mens.

Dat mijn vader briljant en superknap is enzo, dat zorgde voor best wat druk aan mijn kant. Want als je vader dat is, dan ligt de lat redelijk hoog. Ook ik moest vooral laten zien dat ik heel intelligent ben. Naast knap, sociaal en lief natuurlijk.

Toen meldden zich bij Spoorloos twee mannen. Eentje was administratief medewerker, de ander had vele beroepen uitgeoefend, waaronder dat van leraar. Briljant waren ze waarschijnlijk niet, want ik had nog nooit van ze gehoord. De lat, die hoge verwachtingen waar ik altijd aan moest voldoen, die was wel ineens een beetje zoek. Want als mijn vader administratief medewerker is, dan liggen de verwachtingen toch anders dan wanneer hij, pakt hem beet, studeerde aan Nijenrode en op zijn 27e succesvol een eigen bedrijf runde. Of medicijnen studeerde en als wetenschappelijk onderzoeker een geneesmiddel tegen kanker ontdekte.

Allebei die mannen via Spoorloos waren mijn vader niet. Maar het zette me wel aan het denken: als mijn vader geen administratief medewerker of leraar is (was), wat is hij dan wel? Ineens wist ik het: mijn vader is boer. Want ik ben zelf niet wetenschappelijk ingesteld. Ik hou niet van lange diepgravende wetenschappelijke literatuur, en iets met veel voetnoten verveelt me al snel. Ik ben meer van het gezonde verstand. Het boeren verstand. Boer dus!

Een andere mogelijkheid is dat hij dominee was. Ik acht de kans niet groot, dat een dominee in die tijd bij een Joodse arts zijn zaad doneerde, maar je weet maar nooit. Iemand zei laatst tegen me dat het leek alsof ik preekte, toen ik betoogde dat ieder kind het recht heeft zijn ouders te kennen en dat donorkinderen daarom recht hebben op gratis DNA onderzoek. Tja, als ik dat preken niet van mijn moeder heb, van wie dan wel? Van de dominee natuurlijk!

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Contact

Contact

%d bloggers liken dit: