Ik ben donorkind. Mijn biologische vader was een anonieme zaaddonor. De wijze waarop ik gemaakt ben is niet in de haak. Waarom niet?

  1. Mijn ouders wilden graag een eigen kind. Toen dat niet lukte, wogen ze de alternatieven af. Een kind dat dan in ieder geval aan moeder verwant was, was ‘the next best thing’. Beter dan bijvoorbeeld adoptie. Zelf zo graag een eigen kind willen, maar je kind het recht op afstammingsinformatie ontzeggen. Dat klopt niet. Graag een eigen kind willen, betekent dat genetica ertoe doet. Dringend advies: gun je kind wat je zelf ook graag wil, een genetische band met je familieleden. Gebruik in geen geval een anonieme donor. Dat kun je in 2018 (met wetgeving uit 2004 die dat verbiedt in Nederland) echt niet meer maken.
  2. Ik ben tot mijn achtentwintigste jaar voorgelogen door mijn ouders. Niemand vertelde me dat mijn vader niet mijn ‘echte’ (biologische) vader is. Ik ben voorgelogen door de mensen die ik het meest zou moeten kunnen vertrouwen. Over iets heel fundamenteels (‘wie is je vader’). Basisinformatie waar ik recht op heb is mij door hen (en de mensen in hun omgeving die hiervan wisten) onthouden. Dat vind ik een afschuwelijke wetenschap, die mijn vertrouwen in mensen geen goed heeft gedaan. Dringend advies: lieg niet tegen je kind. Geef een eventuele donor een plek in je gezin en in het leven van je kind. De donor is verbonden aan je kind en als je die wetenschap niet kunt omarmen, begin er dan niet aan. Anders wijs je bij voorbaat al de helft van je kind structureel af. Dat is schadelijk. Bovendien: Secrets are like landmines.
  3. Mijn oudste en jongste zus schelen vijftien jaar. Mijn biologische vader doneerde dus minimaal 15 jaar. VIJFTIEN JAAR!!! Hoeveel kinderen er zijn? We hebben geen idee… ‘Normale’ vaders krijgen vaak twee of drie of misschien vier kinderen. De mijne heeft een onbekend aantal. Tien? Vijftig? Honderd? In Nederland bedraagt het wettelijk maximum momenteel 25 kinderen per donor. Ik kan je vertellen dat het vinden van een broer en drie zussen al behoorlijk impactvol is. Vijfentwintig broers en zussen is wel erg veel. Vijftig of honderd ook.
  4. Mijn vader heeft een zeldzame erfelijke ziekte doorgegeven. Een ziekte die autosomaal overerft, ieder kind heeft 50% kans op de aandoening. Dat zijn dan tien of vijfentwintig of vijftig mensen die deze aandoening hebben en ook weer in hun onwetendheid doorgeven aan hun kinderen. Dat is afschuwelijk! Het klopt niet! Mensen horen niet zoveel kinderen te krijgen! En het is heel akelig dat we niet al onze broers en zussen kunnen waarschuwen. Omdat we ze niet kennen. Omdat 90% van ons waarschijnlijk niet eens weet dat ze donorkind zijn.

Mijn moeder wilde heel graag een (eigen) kindje. Nu ben ik volwassen, zelf moeder en op zoek naar mijn afkomst. Het klopt gewoon niet. En ik ben niet de enige die er zo over denkt. Er worden plannen gesmeed om in mei volgend jaar met 1.000 donorkinderen (‘donor conceived’) van over de hele wereld bij elkaar te komen in NYC. Ik ben begonnen met sparen. Ga je mee? Want er klopt echt iets niet…

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Contact

Contact

%d bloggers liken dit: