De baby-industrie

By | Opinie | One Comment

Er zijn inmiddels drie afleveringen uitgezonden van de vierdelige serie ‘De baby-industrie’. Een serie over hoe wereldwijd baby’s ‘geproduceerd’ worden. Een pijnlijk inkijkje hoever mensen gaan die zooooo graag een kindje wensen. Een eigen kindje, want dat is toch het ideaal. Van eigen ei en zaad en anders liefst toch wel uit eigen baarmoeder.

De manier waarop deze ouders de rechten van hun kind aan hun laars lappen, gevangen in een blinde kinderwens, is pijnlijk. Terwijl in Nederland anonieme donatie al sinds 2004 verboden is, gaan honderden, zo niet duizenden?, wensouders jaarlijks over de grens hun kindje halen. Dat dat gemaakt wordt met anonieme eitjes en/of zaadjes is ondergeschikt aan hun eigen belang en wens. Ze gaan dat kindje met zoveel liefde grootbrengen, dat het heus nooit zal verlangen naar de ontbrekende biologische ouder(s).

En daar gaat het dus vreselijk mis. Mijn ouders hadden werkelijk waar geen idee, toen de dokter zei dat het beter was alles maar geheim te houden. Beter voor het kind. Inmiddels weten we beter. Die wetgeving uit 2004 was al rijkelijk laat en is er niet voor niks. Anonieme donatie deugt niet. Het mag niet. Je ontzegt je kind het basisrecht om te weten van wie het afstamt. En ja, bij je familie groei je op, maar je genetisch materiaal is ook van belang.

Mensen hebben vaak vroeger of later de wens om te weten waar ze vandaan komen. Je mag je kind dat recht niet bij voorbaat ontzeggen. Als je bereid bent de rechten van jouw kind nog voor de geboorte te schenden, voldoe je niet aan de definities van goed ouderschap. Een goede ouder onthoudt zijn kind niet het contact en de band met zijn of haar biologische ouders. Zo simpel is het. Hoeveel je ook van dat kindje gaat houden. Juist als je veel van dat kindje gaat houden!

Dat een partij als Freya, club van wensouders, deels zijn financiering haalt uit de promotie van Spaanse klinieken die anonieme eitjes verkopen, is ronduit een schande. Anonieme donatie mag niet. En een belangenclub van wensouders zou haar achterban moeten voorgaan in het behartigen van de belangen van dat kind dat die ouders zo vurig wensen. Dat kind dat er nu nog niet is, maar rechten heeft. Het recht om te weten van wie het afstamt.

De baby-industrie, donderdagavond 20.25 uur, NPO2.

Kijk ook dit item in Een Vandaag met collega bestuurslid Ties van Stichting Donorkind.

En als je begaan bent met het lot van donorkinderen of je hebt een sterke kinderwens, lees dan alsjeblieft ook even dit.

 

Donorfamilie

By | Zussen | 4 Comments

Bijna een jaar zijn we nu met zijn drieën in onze ‘donorfamilie’. Nicole, Saskia en ik. Het is fijn en gek tegelijk, om op je vierenveertigste zussen te vinden. En het is spannend om elkaar een plekje in je leven te geven. Er is geen draaiboek, je moet het eigenlijk gewoon maar uitzoeken samen. Laatst vroeg iemand: is dat dan net zoals een echte zus? Eentje waarmee je bent opgegroeid?

Die vraag kan ik natuurlijk niet beantwoorden. Ik was vierenveertig jaar enig kind. Maar met elkaar opgroeien geeft ongetwijfeld een extra dimensie aan je verwantschap. Eentje die wij niet hebben. Daar kan ik tegenover stellen dat Nicole en Saskia nooit de haren van mijn barbiepoppen hebben geknipt. Ik vond ze meteen heel erg lief en dat is nog steeds zo. Voor mij zijn het ‘gewoon’ mijn zussen.

Kort geleden belde Saskia me op een ochtend. Ze klonk een beetje in paniek, want we hadden een nieuwe hoge match op MyHeritage. Dat is een van de DNA databanken waar we in staan om familie te vinden en gevonden te kunnen worden. Ik hoopte op een ‘first cousin’, want Nicole en ik zijn druk bezig met stambomen om onze donorvader te vinden. Een first cousin van vaders kant maakt onze zoektocht een stuk overzichtelijker, dan hebben we de beste man in een vloek (ik) en een zucht (Saskia) gevonden.

Ik logde in bij de databank en begreep van Saskia dat het ernstiger was. Geen neef maar een zus. Een zus. Een zus. Een zus!!!!! Een nieuwe zus die we al kenden, ze zat al in onze Facebook groep met donorkinderen die bij dokter Swaab vandaan komen. Uit haar voorstelbericht in de groep, wisten we dat ze een broer heeft aan vaderskant die ze een keer ontmoet heeft. We puzzelen wat en al snel blijkt dat we dus echt een nieuwe broer hebben. Een broer!!! En die broer is de broer van de zus van de broer van mijn zus.

Succes met uitvogelen wat daar nou net stond in die laatste zin. Ik leg het je nog wel een keer uit. Later.

Op vrijdag 23 maart werd onze donorfamilie uitgebreid met een broer en een zus. Ik ben trots en blij. Het is weer een nieuw hoofdstuk. Hoe ga je met elkaar om? Geef je elkaar een plekje in je leven? Hoeveel familiebijeenkomsten kun of wil je eigenlijk sowieso bezoeken in pakweg een jaar? Hoe denken we allemaal over het fenomeen ‘familie’? Willen we elkaar leren kennen of is het ‘weten’ voldoende? Hebben we die krakende knieën dan echt allemaal van hem? En geeft die broer nou een doorkijkje naar hoe mijn biologische vader eruit ziet?

Wordt vervolgd…

Ruimte in je hart

By | Lotgenoten | 3 Comments

Toen mijn ouders mij over mijn herkomst als donorkind informeerden, gebeurde er achteraf gezien iets wonderlijks. Ze vertelden: papa is je vader niet. En IK ging HEM bevestigen. In plaats van andersom, hè. Papa, het maakt niks uit. Je bent en blijft mijn vader. Ik nam hem zelfs mee naar de fotograaf, om ons samen vast te laten leggen. Ik was toen 28. Het duurde nog zeker vijftien jaar voor ik actief op zoek ging naar mijn onbekende familie. De zaaddonor a.k.a. mijn biologische vader. Broertjes. Zusjes.

En als je dan gaat zoeken, dan kan het dus gebeuren dat je ouder of ouders zich afgewezen voelen. Dat ze denken dat jouw zoektocht over hen gaat. Maar vaak is dat helemaal niet zo. Veel donorkinderen, zo weet ik inmiddels uit de vele gesprekken die ik met lotgenoten voer, hebben ruimte genoeg in hun hart voor iedereen. Voor hun moeder(s), hun vader, hun donorvader. En voor nieuwe broers en zussen.

Het is net als een gezin dat een tweede kindje verwacht. Het is niet zo dat de omvang van de liefde voor je kinderen vooraf vaststaat, en dat die ruimte in je hart gedeeld moet worden als er meer kindertjes komen. Nee joh, het is zelfs zo dat de ruimte in je hart met elk kind verder groeit. Er is ruimte genoeg voor iedereen.

Als ouder hoef je je dus helemaal niet afgewezen te voelen als je kind besluit op zoek te gaan naar zijn of haar biologische ouder. Dat gaat in de meeste gevallen helemaaaaaaal niet over jou. Dat je het niet goed zou hebben gedaan. Dat je niet voldoet. Trap niet in die valkuil! Het gaat om de zoektocht van je kind naar zijn of haar onbekende helft. Een helft waarvan het heel logisch is dat je die als mens wil leren kennen! Ik heb dan ook maar een advies: steun je kind in de zoektocht. Die steun hebben we verdorie gewoon nodig.

Wat ik zoek…

By | Food for thought, Over Ester | 2 Comments

Iemand vroeg het laatst weer: lijk je veel op je moeder? Toen ik met dit blog begon, dacht ik misschien van niet. Omdat we op veel punten zoveel van elkaar verschillen. Maar toen ik de foto’s zag die afgelopen najaar voor Vriendin gemaakt werden, wist ik het ineens niet meer. Op sommige foto’s vind ik mezelf erg op haar lijken. Maar hoeveel dan? Ik heb werkelijk geen idee. Als je de ene helft mist, weet je gewoon niet in hoeverre de andere helft meer of minder zichtbaar is? Ik denk dat ik pas weet op wie ik lijk, of wat ik van mijn moeder heb, als het plaatje compleet is.

Lang heb ik geleefd in de veronderstelling dat ik ‘gewoon mezelf’ was. Dat ben ik natuurlijk ook. Maar ik ben ook het product van het genetisch materiaal van twee mensen, mijn biologische vader en mijn moeder. Zelf kinderen krijgen was in dat opzicht een eye-opener. Ze lijken toch echt verdomde veel op hun vader en mij. Het zijn totaal verschillende combinaties van Philip en Ester. Hoe bijzonder. Dus dat ben ik dan ook. Een combinatie van het genetisch materiaal van mijn twee ouders. Een geërfde ratjetoe van eigenschappen, karaktertrekken, medische achtergronden, uiterlijkheden…

Recent, anderhalf jaar na de start van mijn actieve zoektocht, vroeg iemand me wat ik zoek? Op dit moment is het eerlijke antwoord: ik weet het niet. Ik weet niet wat ik mis, ik weet niet wat ik niet weet, ik weet niet wie het is, ik weet niet hoe hij is, ik weet niet wat ik mis. Pas als ik vind, weet ik wat ik mis. Pas als ik vind, weet ik wat ik zoek.

 

Contact

Contact